Het voelt een beetje vreemd
om een hoofdstukje in deze blog te wijden aan mijn papa. Of het wel gepast is,
vraag ik mij af. Maar hoeveel hoofdstukken gaan al heel mijn leven mee, en
zullen ook in mijn toekomst een rol blijven spelen? Precies. Dus
overslaan kan ik het ook niet.
De dag dat papa zijn
diagnose kreeg, op 8 maart 2011, vergeet ik nooit. Een agressieve longtumor, had de dokter gezegd. Nee,
niet te opereren.
Robert en ik wisten
direct wat dat betekende, alleen was nog de vraag: hoe lang?
En opeens gaat die papa, die er
altijd voor je is geweest, er op een dag niet meer zijn.
Wat doe je dan, als je
aan de andere kant van de wereld woont? Teruggaan. Natuurlijk. Maar voor hoe lang?
Voorgoed? Of voor een tijdje? Hoe
doe je “een tijdje” met elk een job, twee kinderen ( eentje op school) en je eindexamen voor de deur?
En wat vertel je aan de kindjes? Dat opa dood zou gaan. Ventjes van 4 en 6 schieten elkaar geregeld “dood”, maar ze staan na 3 seconden weer op. Zo zou het met opa ook gaan, toch?
We vlogen in ieder
geval terug voor een zalige Paasvakantie met de hele familie. Prachtige zomerse
dagen, twee onvergetelijke weken lang. Heerlijk rondgehangen, geen verplichtingen.
Papa was een beetje slapjes en vlug moe van de chemo, maar hij deed zo veel
mogelijk mee. Ik heb hem nog eens met mij op de wip gekregen. Dat was efkes 30
jaar geleden!
We maakten 's avonds al eens een wandeling naar het bos, als hij zich sterk genoeg voelde, net als in de goeie ouwe tijd tijdens mijne blok. En we deden een klapke over de dingen des levens, zoals gewoonlijk, maar hielden het luchtig. Ik vroeg al eens iets over zijn ziek zijn, maar hij ging er niet vaak op in. Het heeft geen zin om teveel te piekeren, zei hij, daar wordt niemand vrolijker van.Toen ik hem vertelde dat we overwogen om voor onbepaalde tijd terug te komen, zei hij categoriek nee. Je moet je leven niet stilleggen voor mij, zei hij toen. En dat hij zich dan schuldig zou voelen. We moesten maar regelmatig bellen.
Dat deden we. En we planden een tweede vakantie in September.
Een paar weken later had ik mijn grote mondelinge examen voor de RANZCOG. Naar aloude gewoonte ( dit gaat terug naar mijn geneeskunde-jaren) belde ik papa de dag voordien in opperste zenuwen ( stresskieken) voor een geruststellend woordje. Hij wist mij altijd wel weer op te krikken "voor de laatste loodjes".
Ik kon het ook deze keer niet laten, ben er met de jaren alleen maar bijgeloviger in geworden. Zoals gewoonlijk zei hij: "Ge gaat dat weer schitterend doen. Ik ken jou al langer dan vandaag, hoor". Of ze toch zeker een kaarsje zouden laten branden? ( bijgeloof... who? me?) "Het staat al klaar, meisje, het staat al klaar". En dan toch onze horloges checken, want met dat tijdsverschil, het kaarsje zou wel eens op het verkeerde moment kunnen aangaan. 'k Mocht er niet aan denken!
Nog eens twee weken later moesten we allebei onze resultaten krijgen. Ik van mijn examen, hij van zijn CT scan, of de chemo wel iets uitgehaald had. En deze keer brandde er ook bij ons in Oz - stipt - een kaarsje. We weten intussen wat die uitslagen waren. Wat heb ik vaak gewild dat het andersom was geweest.
Vanaf juli ging het
snel achteruit. Eind augustus werd hij zwaar verzwakt opgenomen in het
ziekenhuis, en vloog ik in allerijl naar huis. De hele vliegtuigreis (en da’s
lang) zat ik te denken wat ik allemaal nog wou zeggen wanneer dat laatste
moment kwam. Maar ik kon niets zinnigs bedenken. Zoiets kan je niet
voorbereiden, dacht ik, trouwens, zou het niet wat geforceerd klinken? Het zou
wel allemaal vanzelf komen op het gepaste moment.
En zo arriveerde ik bij
het oude vertrouwde huis.
We hebben nog 17 dagen
samen gehad. Thuis met mama en zus voor hem gezorgd. Overal was hulp bij nodig
op het eind. Kussen opschudden, helpen draaien, plasje, slokje water. Afwisselend
nachtwacht houden, want de nachten waren oncomfortabel en hij was vaak wakker.
Hij kon niet wachten tot het ochtend was.
Heb mij op een
eindeloze, uitputtende nacht eens kwaad gemaakt toen hij om de 10 minuten vroeg
of het nog geen ochtend was. “Nee, gvd, ‘t is nu twintig na twee, vijf
minuten later dan kwart na twee, toen je het de laatste keer vroeg. Stil zijn nu
en slapen!” Of zoiets. Het pakte niet. En toen mijn moeder 5 uur later de kamer binnenkwam en informeerde hoe de nacht was geweest, stond
ik op springen. Slaapgebrek gaat me nog altijd niet goed af!
En toen, op een onverwacht
moment, vroeg hij of er "nog wat op mijne lever lag". En ik maar denken: “Dit is het nu”. Ik
moet iets bedenken, iets moois, en onvergetelijks, want dit is een van de laatste
dingen die hij mij zal horen zeggen. En ik herinnerde mij in een flits hoe ik
in dat vliegtuig dacht dat de juiste woorden wel zouden komen, maar ze kwamen
niet. Hier
zaten we dan. Ik moet iets gemompeld hebben als: “Goh, niet echt, jij?” en het
magische moment was voorbij. Goed gedaan, Greet, klasse.
“Nee,” zei hij, “blij
dat je er bent”.
Ik word er ‘s nachts
soms nog wakker van. Dit of dat had ik moeten zeggen. Dedju, waarom heb je dat
niet gezegd? Alsof het er uiteindelijk toe doet.
En ik troost mij nu
met de gedachte dat ik altijd al een beetje (“een beetje?!?!” zou de Robert nu zeggen)
loemp ben geweest. En dat niemand dat beter wist dan mijn eigen pa,
natuurlijk.
Zou zich een hoedje hebben geschrokken die dag, had ik ineens wel iets “gepast voor de gelegenheid” gezegd. En met zijn zwakke gezondheid… de gevolgen hadden rampzalig kunnen zijn.
Zou zich een hoedje hebben geschrokken die dag, had ik ineens wel iets “gepast voor de gelegenheid” gezegd. En met zijn zwakke gezondheid… de gevolgen hadden rampzalig kunnen zijn.
Ik kreeg vroeger altijd
de kriebels als ik op TV ergens “I love you” hoorde, zeker in familieseries en zo. Jekkes. Zo waren wij niet. Zeg je als kind toch ook niet tegen je ouders, of andersom? Overdreven
sentiment, vond ik. En het klinkt al helemaal niet in het Nederlands. Ik zie
u graag? Ik hou van jou? bah! Nee, serieus, dat zegt toch niemand? Ik in alle
geval niet.
Was dat nu net
hetgene wat ik hem graag had verteld, op dat moment. Maar het kwam
niet hoor, oude gewoonten slijten niet.
En na al die maanden, als
ik weer een keertje wakker lig, durf ik me al eens inbeelden dat de boodschap - zonder het hardop te zeggen - misschien toch overgekomen is.
Ik weet het eigenlijk
wel zeker. Hij kende me al langer dan vandaag, die pa van mij...




Heel mooi geschreven! Heb het niet droog kunnen houden...
ReplyDelete