Tuesday, July 3, 2012

Papa (September 2011)


Papa.

Het voelt een beetje vreemd om een hoofdstukje in deze blog te wijden aan mijn papa. Of het wel gepast is, vraag ik mij af. Maar hoeveel hoofdstukken gaan al heel mijn leven mee, en zullen ook in mijn toekomst een rol blijven spelen? Precies. Dus overslaan kan ik het ook niet.

De dag dat papa zijn diagnose kreeg, op 8 maart 2011, vergeet ik nooit. Een agressieve longtumor, had de dokter gezegd. Nee, niet te opereren.
Robert en ik wisten direct wat dat betekende, alleen was nog de vraag: hoe lang?
En opeens gaat die papa, die er altijd voor je is geweest, er op een dag niet meer zijn.

Wat doe je dan, als je aan de andere kant van de wereld woont? Teruggaan. Natuurlijk. Maar voor hoe lang? Voorgoed? Of voor een tijdje?  Hoe doe je “een tijdje” met elk een job, twee kinderen ( eentje op school) en je eindexamen voor de deur?


En wat vertel je aan de kindjes? Dat opa dood zou gaan. Ventjes van 4 en 6 schieten elkaar geregeld “dood”, maar ze staan na 3 seconden weer op. Zo zou het met opa ook gaan, toch?


We vlogen in ieder geval terug voor een zalige Paasvakantie met de hele familie. Prachtige zomerse dagen, twee onvergetelijke weken lang. Heerlijk rondgehangen, geen verplichtingen. Papa was een beetje slapjes en vlug moe van de chemo, maar hij deed zo veel mogelijk mee. Ik heb hem nog eens met mij op de wip gekregen. Dat was efkes 30 jaar geleden!

We maakten 's avonds al eens een wandeling naar het bos, als hij zich sterk genoeg voelde, net als in de goeie ouwe tijd tijdens mijne blok. En we deden een klapke over de dingen des levens, zoals gewoonlijk, maar hielden het luchtig. Ik vroeg al eens iets over zijn ziek zijn, maar hij ging er niet vaak op in.  Het heeft geen zin om teveel te piekeren, zei hij, daar wordt niemand vrolijker van.
Toen ik hem vertelde dat we overwogen om voor onbepaalde tijd terug te komen, zei hij categoriek nee. Je moet je leven niet stilleggen voor mij, zei hij toen. En dat hij zich dan schuldig zou voelen. We moesten maar regelmatig bellen.

Dat deden we. En we planden een tweede vakantie in September.






Een paar weken later had ik mijn grote mondelinge examen voor de RANZCOG. Naar aloude gewoonte ( dit gaat terug naar mijn geneeskunde-jaren) belde ik papa de dag voordien in opperste zenuwen ( stresskieken) voor een geruststellend woordje. Hij wist mij altijd wel weer op te krikken "voor de laatste loodjes".
Ik kon het ook deze keer niet laten, ben er met de jaren alleen maar bijgeloviger in geworden. Zoals gewoonlijk zei hij: "Ge gaat dat weer schitterend doen. Ik ken jou al langer dan vandaag, hoor". Of ze toch zeker een kaarsje zouden laten branden? ( bijgeloof... who? me?) "Het staat al klaar, meisje, het staat al klaar". En dan toch onze horloges checken, want met dat tijdsverschil, het kaarsje zou wel eens op het verkeerde moment kunnen aangaan. 'k Mocht er niet aan denken!

Nog eens twee weken later moesten we allebei onze resultaten krijgen. Ik van mijn examen, hij van zijn CT scan, of de chemo wel iets uitgehaald had. En deze keer brandde er ook bij ons in Oz - stipt - een kaarsje. We weten intussen wat die uitslagen waren. Wat heb ik vaak gewild dat het andersom was geweest. 

Vanaf juli ging het snel achteruit. Eind augustus werd hij zwaar verzwakt opgenomen in het ziekenhuis, en vloog ik in allerijl naar huis. De hele vliegtuigreis (en da’s lang) zat ik te denken wat ik allemaal nog wou zeggen wanneer dat laatste moment kwam. Maar ik kon niets zinnigs bedenken.  Zoiets kan je niet voorbereiden, dacht ik, trouwens, zou het niet wat geforceerd klinken? Het zou wel allemaal vanzelf komen op het gepaste moment.
En zo arriveerde ik bij het oude vertrouwde huis.

We hebben nog 17 dagen samen gehad. Thuis met mama en zus voor hem gezorgd. Overal was hulp bij nodig op het eind. Kussen opschudden, helpen draaien, plasje, slokje water. Afwisselend nachtwacht houden, want de nachten waren oncomfortabel en hij was vaak wakker. Hij kon niet wachten tot het ochtend was.
Heb mij op een eindeloze, uitputtende nacht eens kwaad gemaakt toen hij om de 10 minuten vroeg of het nog geen ochtend was. “Nee, gvd, ‘t is nu twintig na twee, vijf minuten later dan kwart na twee, toen je het de laatste keer vroeg. Stil zijn nu en slapen!” Of zoiets. Het pakte niet. En toen mijn moeder 5 uur later de kamer binnenkwam en informeerde hoe de nacht was geweest, stond ik op springen. Slaapgebrek gaat me nog altijd niet goed af!

En toen, op een onverwacht moment, vroeg hij of er "nog wat op mijne lever lag". En ik maar denken: “Dit is het nu”. Ik moet iets bedenken, iets moois, en onvergetelijks, want dit is een van de laatste dingen die hij mij zal horen zeggen. En ik herinnerde mij in een flits hoe ik in dat vliegtuig dacht dat de juiste woorden wel zouden komen, maar ze kwamen niet. Hier zaten we dan. Ik moet iets gemompeld hebben als: “Goh, niet echt, jij?” en het magische moment was voorbij. Goed gedaan, Greet, klasse.
“Nee,” zei hij, “blij dat je er bent”.

Ik word er ‘s nachts soms nog wakker van. Dit of dat had ik moeten zeggen. Dedju, waarom heb je dat niet gezegd? Alsof het er uiteindelijk toe doet.
En ik troost mij nu met de gedachte dat ik altijd al een beetje (“een beetje?!?!” zou de Robert nu zeggen) loemp ben geweest. En dat niemand dat beter wist dan mijn eigen pa, natuurlijk.
Zou zich een hoedje hebben geschrokken die dag, had ik ineens wel iets “gepast voor de gelegenheid” gezegd. En met zijn zwakke gezondheid… de gevolgen hadden rampzalig kunnen zijn.

Ik kreeg vroeger altijd de kriebels als ik op TV ergens “I love you” hoorde, zeker in familieseries en zo. Jekkes. Zo waren wij niet. Zeg je als kind toch ook niet tegen je ouders, of andersom? Overdreven sentiment, vond ik. En het klinkt al helemaal niet in het Nederlands. Ik zie u graag? Ik hou van jou? bah! Nee, serieus, dat zegt toch niemand? Ik in alle geval niet.
Was dat nu net hetgene wat ik hem graag had verteld, op dat moment. Maar het kwam niet hoor, oude gewoonten slijten niet.

En na al die maanden, als ik weer een keertje wakker lig, durf ik me al eens inbeelden dat de boodschap - zonder het hardop te zeggen - misschien toch overgekomen is.

Ik weet het eigenlijk wel zeker. Hij kende me al langer dan vandaag, die pa van mij...






1 comment:

  1. Heel mooi geschreven! Heb het niet droog kunnen houden...

    ReplyDelete

laat weten wat je vindt van deze blog en onze berichten! Het is ongetwijfeld voor verbetering vatbaar...