Tuesday, October 2, 2007

uit het archief: juni 2006

Dag bollies,

Alweer een tijd geleden dat we ons ding eens deden in een lange mail, dus here we go. We zitten hier intussen vier maand, waarvan drie maand aan het werk, en het verveelt nog steeds niet (gee, what’s wrong?). In tegendeel, de gewoonte begint erin te komen, maar nog verre van sleur, en het werken blijft interessant en plezant. Ik (Greet) heb een leuke groep collega’s, waarmee het altijd leuk koffie drinken is, of lunchen, of een weekendje weg gaan, en ja zelfs occasioneel een keer werken.


Robert heeft een iets minder joviale bende, klinken meer wat ouwe zakken die nog snel een cent willen bijverdienen.
Inderdaad een stel ouwe stijve kloten Mircea Iosif (Hongarije) and Ruhul Jamali (Pakistan) zijn momenteel onze supervisoren, sinds onze officiele supervisor een paar maanden is gaan zeilen… veel verschil zal het niet maken, heb hem maar ene keer gezien. Nog een ouwe zak maar dan gezellig is Hamish Pearce (Engels) en dan zijn er nog een stel Freelancers, die hun zakken wat moeten vullen naast hun eigen prakijk. Maar onlangs is er Johannes Wozyktskizyrgctewovskski of zo iets (Wogatsky), een toffe jonge duitser (ja, dat kan) met vrouw en zoontjes bijgekomen, dus misschien wordt het nog wat. De Zuidafrikaan die nieuw is (Theunis van voornaam!) ziet er ook niet echt het toonbeeld van vrolijkheid uit… wat is dat toch met huisartsen? Tijd voor middag lunch met collega’s zit er niet in, want ze vallen niet samen, het is retedruk en de ouwe zakken gaan twee uur naar huis koffie drinken of whatever. De receptionisten lossen gewoon op in thin air rond die tijd, dus indien tijd loop ik effe te winkelen, of pak n’n sushi bij een geweldig trendy (zeldzaam in Townsville) nieuwe sushibar een straat verderop.

Verder hebben we een koppel toffe buren: Bob en Bev (Canadezen die hier al een jaar of 18 wonen en jaren op een boot hebben gewoond), die ons regelmatig uitnodigen voor een drinkje of etentje, en de 2 venten gaan vaak samen mountainbiken. Niets te overmoedig natuurlijk, Bob werkt haltime of nog minder en als ik dan een ochtendje vrij heb of een middagje vroeger thuis, dan zijn we weg met voorlopig een keuze uit 2 (echte) fietsroutes: langs de rivier Ross River met parkjes en bruggetjes of langs de kust met mooie uitzichten. But don’t worry, mijne buik is er nog niet minder van geworden!

En dan is er nog het grootste mirakelmens van al zonder wie we niet meer zouden kunnen leven: Kim...


De childcare mama. Er zijn mensen die hoofdpijn krijgen van kinderen en wie het echt allemaal niet uitmaakt zolang ze stil blijven (yep, wij soms), maar dat is Kim dus niet... hoe meer lawaai, leven en chaos hoe beter lijkt het wel. En dan ook nog eens dol op Wouter (tja, niet gek natuurlijk), je had haar moeten horen over de telefoon als Wouter zijn eerste stapjes zette, ze is gewoon veel enthousiaster dan wij! En wekelijkse komen er gekleurde tekeningen en andere knipsels bij, heel tof! Haar schoonvader woont in, een ouwe Vietnamveteraan (hoewel ‘m nooit voorbij Darwin is geraakt), bijgenaamd "Pop" met pasgeleden een nieuwe knie geimplanteerd. Hij kookt en doet de was en de strijk (dus je bent gewaarschuwd, Hendrik, van u wordt hetzelfde verwacht, hurry up met die nieuwe knie) en hoewel hij officieel niet op de kinderen mag passen (of hij moet een cursus childcare volgen) speelt hij er wel altijd mee en de kids zijn dol op hem. Detail: hij is moddervet, drinkt op elk moment van de dag een (zelfgebrouwde) whisky-cola, beweegt amper (mijn knie weetjewel) en is dan stomverbaasd als zijn coronairen het begeven.

Zelf heeft Kim twee zoontjes: Jacob (vijf) en Conna (20 maand), gezellige doch luidruchtige kereltjes, en Wouter en Conna komen bij momenten een beetje te goed overeen (schreeuwen om het hardst, mijn trommelvliezen bezweken bijna). Daarnaast zorgt ze nog voor een lief, zwijgzaam jongetje genaamd Vincent (dik twee).
Dus behalve dat Greet een halfuur moet omrijden om er te geraken is dat toch geweldig meegevallen. Jens en Charlotte: begin maar vast aanvragen te doen voor childcare, want er zijn wachttijden van een jaar of meer!
Ja, ze is geweldig, onze daycare mama. Toen Wouter daar een maand of zo geleden al lerend stappen op zijn gezicht viel en een gapend gat in zijn voorhoofd had, was ze helemaal van de kaart. Haren auto was niet thuis en dus belde ze maar de ambulance, en kwamen ze zo op spoed in mijn ziekenhuis terecht. Ik schrok mij een hoedje, mijn knuffel zo onder het bloed, en het was best een diepe wond die moest worden gehecht. Hij werd onder narcose gebracht met ketamine, best vies, want dan ligt zo’n bolletje daar voor dood in je armen. Ze hadden mij gelukkig gewaarschuwd, dus ik was heel
stoer. De hechtingen konden beter, en na een paar dagen toen ze uit mochten viel het pardoes weer open. Dan maar steristrippen en plakkers op, maar onze piraat snokte ze er vrolijk weer af. –zucht- een lange weg met een vrij breed litteken tot gevolg. Eén positief punt: de lokale bevolking hier vond ons toch wat overdrijven: het is tenslotte een jongetje, en jongetjes met een litteken zijn sexy en krijgen later al de meisjes… Het zal mij benieuwen. Eentje zal al meer dan genoeg zijn…

Het is nu eindelijk het lang beloofde winterseizoen, droog, zonnig, “koude” ochtenden van zo’n 16graden, en ’s avonds heerlijk op terras zitten want geen muggen meer en zelfs eerder aan de frisse (lees 20-24graden) kant. Wanneer ik ’s morgens door de stad rijd om Woutertje te droppen bij Kim, en daarna over Ross-River naar het ziekenhuis rijd, vind ik het prachtig: Blauwe rivier, groene bermen, eternal sunshine, joggers, fietsers, hondenwandelaars, moeders met buggy’s: de idylle spettert ervan af… hmm. En dan Corinna and Mazzer op de radio (zo’n beetje de Deckers en Ornelis van T’ville, al is dat wat hoog gegrepen)… En dan steevast net die drie-vier minuten te laat komen op het werk… ik blijf het toch voor mekaar krijgen. Gek toch dat sommige dingen aan ne mens nooit gaan veranderen… We zetten nochtans de wekker om zes uur, in de poging om vroeg op te staan en te gaan zwemmen/joggen. Heb ik uiteindelijk twee keer gedaan, Rob zelfs nog nooit.
( Rob: Ben je gek man, veel te koud en Wouter is dan ook bijna wakker en wie gaat er op hem passen of moet ie mee hypothermeren?)
Het ding wordt een keer of drie uitgemept en tegen 6h40 rek ik mij definitief uit om de dag in te zetten… op een drafje… Robert maakt dan snel Wouter klaar (Rob:ik ben dan al opgestaan om voor Wouter te zorgen van 6u20 ten laatste! En ben tegen die tijd bezig met de pap/boterhammen) want ik heb natuurlijk genen tijd. Ach ja…..

Het lange paasweekend zijn we naar Cairns geweest in het gezelschap van Jeanie en Mike (2 collega's van mij, Greet). Het was nog regenseizoen, allez, een late uitloper ervan en vlakbij het regenwoud was dat inderdaad te merken. Mensenkinderen wat een regen! Zelfs een douche zet je niet zo hard open. We hebben een dag de stad wat verkend en een kabelbaan over het regenwoud genomen naar een zeer toeristisch dorpje in de “bergen”, waar een bende hippies een toeristisch marktje uit de grond heeft gestampt die heel populair is. Jean (zelf een halve hippie) had daar uiteraard een goede vriendin (die ze ene keer had ontmoet!), een zestigjarige hollandse met een lief van veertig, die kokosnoten verkocht. Compleet geschift, maar goed, wij intussen wel gelachen en gratis kokosnoten gevreten. Met een eeuwenoud (lees één eeuw oud) treintje door een pittoresk landschap met hier en daar een watervalletje zijn we dan teruggekeerd naar Cairns, en lekker gaan eten.


De volgende dag hadden we een cruise naar het Great Barrier reef geboekt en stonden we daar met nog een duizendtal andere mensen op een vijftigtal boten te wachten. Onze boot was een van de “snellere”wat in de praktijk betekende dat je sneller ter plaatse was ( een goed uur onderweg) maar dit ten koste (kotse?) van je maag: ik was geweldig mottig. Woutertje was natuurlijk ook mee en op de heenreis was hij vast in slaap gewiegd, waarna hij dubbel wakker was op het rif en dat was een beetje inconvenient: hij moest continu in de gaten gehouden worden want kroop overal heen en zou gemakkelijk van het duikplateau in volle zee zijn gekropen. Intussen vertrok mijn duik en ik kon nog steeds niet stoppen met kokhalzen. Ben twee meter onder water gegaan maar daarna weer steil naar boven. Na nog tien minuten diep ademhalen dan maar besloten te gaan snorkelen en oo wonder: wat een pracht allemaal, en dit op nog geen twee meter diep. Hier en daar kwam het rif op minder dan een halve meter onder het wateroppervlak, dus duiken was helemaal niet nodig. Hoe oppervlakkiger, hoe mooier de kleuren ook en dat was mijn grote voordeel: ik zwom letterlijk in een reuze-aquarium… de max! Met mijn onderwaterkodakje een paar foto’s genomen, waaronder een zellufportret…zie bijlage. Robert zat op grotere diepte dus minder kleur maar wel schildpadden en haaien gezien. Maar die hebben toch niet veel kleur haha. Dus al bij al nog geweldig meegevallen. De laatste dag gingen we uit ontbijten en zijn daarna naar een mangrovewoud in de buurt van Cairns geweest, alwaar we doodgeregend werden en stukgebeten door de mozzies. Geweldig! Wouter zat veilig in zijn plastieken omhulde buggy, zich totaal onbewust van alle gevaren die op ons loerden. chance.
Op de heen- en terugweg naar Cairns kwamen we door cycloongeteisterd gebied alwaar amper nog een boom/ dak overeindstond. Heel apocalyptischen onaards zag het eruit. Maar wel een voordeel: overal langs de weg lagen heerlijke on- of net rijpe bananen voor het grijpen, dus gegrepen hebben we ze, want nu zijn bananen niet meer te betalen… zo’n 7,5€ per kg, stel je voor. En gesmaakt dat ze hebben…
Robert had een klein gezellig hotelletje geboekt, beetje stoffig, dat wel, (het type “pittoresk en landelijk” uit de brochures van bij ons), maar genoeg plaats en met een keukentje (even pittoresk en landelijk met smerige vetvlekken en van ze leven nooit schoongemaakt, maar allez, het had een microgolf!). Wel lekker geslapen daar. Yup Cairns was leuk, daar willen we best nog eens heen.

Op 29 april was er dan natuurlijk Roberts verjaardag, maar niet te vergeten ook het jaarlijkse Oranjebal georganiseerd door de plaatselijke Dutch Australian Social club, een ouw bommavereniging die haar best doet om nieuw jong bloed aan te werven maar daar totaal niet in slaagt. Intussen is de gemiddelde leeftijd rijkelijk de 70 gepasseerd. De tofste, zijn de echt ouwe oud-indiers, die hebben altijd wel wat stoere verhalen… maar toch
Enfin, we hebben de goede schoonkinderen gespeeld, van je familie moet je het hebben.. de echte attractie van de avond was een “bush poëet” niet over de president, maar over de bush. Echt australisch met dito vocabulair, wat het gemakkelijk maakte. Gedichten opdragen kan geweldig saai zijn, maar dit was compleet anders. Ganse verhalen over life in the outback in volle vervoering opgedragen door n’n kleine tante. Greet heeft mogen acteren in “The man from Ironbark” Nu denk je vast , ja na een bejaardenavond wordt alles leuk, maar dit was echt gieren! En al die gedichten zij honderd jaar oud…
Ons uiteindelijk losgetrokken van onze roots (we moesten de babysit aflossen: goe excuus) en even uitgeblust in een nieuwe trendsetter de “Watermark”. Terras met uitzicht over The Strand en Maggie island (’t was wel donker). Terwijl ik de cocktails haal aan de bar wordt greet alweer versierd door Adam; het is zijn verjaardag en ’t is nog waar ook. We worden voot die avond beste vrienden en greet gaat naar huis voor wouter en Adam en ik gaan nog wat pintelieren of Bunderburg Rum colaën. Eindelijk zelf eens het lawaai gemaakt dat we aan de overkant horen: goeie band, schoon mokkes en toch toevallig n’n receptioniste van de praktijk tegen gekomen. Goe gefeest en dat mocht wel weer een keer! Jammer dat ik aan het van de nacht de Mad Cow niet in mocht vanwege mijn “thongs” (sletsen (niet sletten, ik had niemand bij)) en ik dacht nog wel dat sandalen de nationale klederdracht waren… ’t was mooi geweest en het is nu al weer zo lang geleden; jaja, oud worden.


Dan onze Darwin-Kakadureis: rondreisje door een paar National Parks: Litchfield, Nitmiluk en Kakadu. Darwin zelf is leuk genoeg om even te zien als tussenstop... nog niet half zo interessant als Townsville! Tenzij je genoeg hebt aan een ierse pub.
Het heeft wel een schitterende sunset market op donderdag en zondag: gelegen aan een heerlijk strand met een magnifieke zonsondergang. Het marktje werd opgeluisterd door plaatselijke didgeridoobands en een zatte (tiens?) aboriginal die iedereen de huid liep vol te schelden want we waren "op zijn land".



Met onze 4WD campervan rondgetrokken, heerlijk was dat, alleen voor woutertje iets minder interessant, en ook 's avonds, wegens muggenseizoen. Het was in Kakadu trouwens ook cane toad seizoen: je kon geen voet verzetten of je dreigde op een van die walgelijke (en nog giftige ook) beesten te stappen..
Schitterende omgeving verder, combinatie van okavanga delta en afrika safari, maar dan zonder de grote beesten; toch vaak gemerkt dat we elk moment een giraffe of zebra verwachtten. Wel veel mooie watervogels gezien, op een boottochtje op de moerassen (oftewel "billabongs") rond zonsopgang. Indrukwekkende aboriginal art ook, maar wel goed verborgen gehouden.




Veel plaatsen waren gesloten vanwege het late natte seizoen en de nog aanwezige krokodillen, maar best, want een week is nu al veel te weinig voor deze regio.







Het prachtige Katherine gorge was ook een must natuurlijk, gezien vanop wandeling bovenop de gorge, boot in de gorge, en voor sommige mensen ook vanuit helikopter (vonden wij toch iets te decadent).
Nog terug te zien!


En ik (greet) slaagde erin om tijdens een wandeling voor de derde keer in mijn leven op mijne bakkes te gaan, heel erg letterlijk op te vatten helaas: gespleten lip, wat voortanden naar achter geslagen, maar gezien ik een habituee ben heb ik ze voor het campeerspiegeltje maar weer in de juiste positie teruggeduwd (geweldig gezellig klonk dat). En dit op papa zijne verjaardag. Foto’s van de dagen erna krijgen jullie uiteraard niet te zien, of wat dacht je. Wouter had ook een paar blutsen op zijn hoofd in die dagen, en telkens we mensen tegenkwamen kreeg robert een paar vieze blikken toegeworpen, genre: die smeerlap heeft vrouw en kind geslagen. Domestic violence is hier in outback Australië spijtig genoeg veeleer regel dan uitzondering, en de Aboriginal vrouw die op haar vijftiende nog niet verkracht is door zatte stamgenoten en op haar vijfentwintigste geen vier kinderen en twee blauwe ogen heeft, moet nog geboren worden denk ik. Jammer maar waar. En het ergste: ze schijnen dat hier nog maar normaal te vinden ook...
Enfin: een derde litteken op mijn bovenlip en een paar weken later zijn we intussen, en het ziet er weer min of meer zoals vroeger uit, alleen “lifpel” ik nu wat meer, maar naar het schijnt (alweer volgens plaatselijke kenners) is een beetje lispelen best sexy, chance ;-)



Vele groetjes van
Robert, greet en wouter, die nu vrolijk rondstapt
</>

No comments:

Post a Comment

laat weten wat je vindt van deze blog en onze berichten! Het is ongetwijfeld voor verbetering vatbaar...