Tuesday, October 2, 2007

uit het archief: feb 2006

Onze eerste brief vind je hieronder, uit februari vorig jaar, fris gearriveerd en nog overdonderd door het stomende weer hier. Met wat foto's van toen Wouter nog de enige echte vent in mijn leven was...


Op 25 januari lieten we ons heerlijke huis met fantastische buren/huisbazen in Genk achter ons en zijn op het vliegtuig gestapt. Eerlijk gezegd zijn we dat verhuizen nu echt wel beu! Hoewel best nuttig: veel van de rommel die je op een jaar of twee verzamelt krijgt de tijd niet om stof te liggen vangen want je zwiert het even snel terug weg. Maar je moet natuurlijk een betere reden dan dat hebben om weer eens te verhuizen…

De reis hierheen duurde 28 uur, wat er ongeveer twintig te veel waren, maar kom, we hebben het overleefd. Tegen alle verwachtingen in had Wouter nog minder last van de jetlag dan wij. Hij heeft gewoon in die 28 uur amper geslapen en toen het ’s middags plots avond bleek in Sydney en hij in zijn bed moest, vond ie dat prima. En wij ook. En de volgende ochtend sliep ie netjes door tot 10h. En wij ook. Jetlag? Viel best mee. Zijn wel wat hangerig/ lui geweest de dagen erop, maar of dat door de warmte dan wel door een jetlag was, weten we niet.

Sydney is een geweldige stad waar ik zonder enig nadenken gerust zou willen wonen, doet helemaal niet grootstad-achtig aan en je voelt je er perfect veilig op straat. En het heeft zo’n chronisch vakantiesfeertje. We hebben in die vier dagen heel op het gemak de klassieke trekpleisters gezien dus moeten er zeker nog eens terug voor meer, maar het was alvast zalig.

Om de hitte van de dag te ontvluchten zijn we het aquarium ingedoken, cool, mooie vissen en andere beesten, allemaal achter glas, zou zelfs iets voor mijn moeder zijn!




Dan even rondgelopen in chinatown bij de viering van het chinese nieuwjaar. Veel chinezen en vooral veel stalletjes met allerlei lekkers, en geen één dikke chinees gezien. Wij gaan meer chinees bestellen dit jaar!
Dan de Sydney tower bezocht en over heel de stad uitgekeken, wel indrukwekkend, met een Australische gids waar we geen hol van verstonden: meet the faymous austraylian accent.


Verder heerlijk lang gewandeld in de botanical gardens, naar de
operahouse, die langs alle kanten bewonderd en gefotografeerd. en dan langs circular quay en The Rocks (kleine steile straatjes met trappen die we helaas links moesten laten liggen met de buggy van Wouter) onder de Harbour bridge door helemaal omgelopen naar Darling harbour (best een eind, zeker met buggy) alwaar we een schaamteloos dure seafood platter for two hebben genomen, maar nu ken ik tenminste de volledige anatomie van een crab en waar de beste stukskes te vinden…



Het fameuze Bondi-beach was qua hitte een brug te ver voor ons, niet lang vertoefd dus…Roberts achteroom en achtertante aldaar bezocht, die op Wouter gingen passen die maandagavond, want dan gingen we naar de opera! Madame Butterfly: machtig prachtig, en ontzettend gebleit op het eind. Dat dat ne mens zo kan pakken! Toch best dat ze het tegenwoordig “boventitelen”, anders verstonden we er niets van.
Dinsdag dan met een binnenvlucht naar Townsville gekomen, en het was hier alsof je een badkamer binnenstapt waar iemand net een uur heeft liggen stomen in bad: so that’s the tropical heat…

We werden al wat lastig (lees: ontgoocheld) toen Susan, de manager van de Doctors in Townsville die ons kwam oppikken, meldde dat ze ons appartement aan de strandpromenade had moeten inruilen voor ergens anders…Maar toen reed ze ons de stad binnen langs een brede drukke baan die naast die promenade loopt, en waarlangs de flats toch geen echt waanzinnig uitzicht op de zee blijken te hebben. Wij content. Onze flat ( in de “Riviera-appartments”, what’s in a name) blijkt aan een kreekje te liggen, en heeft een terras waar menig Belgisch café-uitbater jaloers op zou zijn, met een heerlijk uitzicht op het water en de cafeetjes/ disco’s aan de overkant. Yep, we wonen tegenover Flinders Street East, zo’n beetje de uitgaansbuurt van ’t stad. Niemand doet er hier in het gebouw moeilijk over, je hoort amper lawaai, en degene die in deze hitte zijn slaapkamervensters open heeft staan zoekt het zelf. We hebben twee slaapkamers en twee badkamers waarvan een met bubbelbad (nog niet uitgeprobeerd wegens veel te warm). Ook is er een zalig zwembad in de tuin, fantastisch vooral ’s avonds, wanneer het water een hele dag heeft opgewarmd in de zon… hmmm.
De airco stond al lekker te blazen toen we aankwamen, o paradijs. Helemaal ingericht, behalve natuurlijk babymeubeltjes, die zijn we de dag erop gaan halen. In de garage stond onze auto klaar (een of andere mitsubishi, driedeurs, niet bepaald handig om Wouter in mee te sleuren, en zeker niet sexy, maar we gaan niet zagen hé). Tuurlijk hadden we liever een stoere 4 x 4, maar ’t is niet anders. We hadden ook liever een afwasmachine, maar daar zijn we ook al overheen. Alleen mogen we niet vergeten de afwas netjes na het eten te doen, in deze hitte is het niet aan te raden die lang te laten staan… Hebben we ook gemerkt aan onze weelderige fruitschaal met heerlijke exotische vruchten waarvan we na twee dagen de helft mochten wegzwieren wegens geimplodeerd door de hitte. Robert heeft het een hele avond en nacht geweten toen hij toch een schijfje kiwi had geprobeerd… bleir, mekker, kreun: mannekes, ik heb het ook geweten.

Wij dachten vanalles en nog wat te gaan doen en zien en ondernemen in de drie en een halve week vakantie die ons hier nog restte, maar het klimaat heeft er anders over beslist. ’s Morgens slapen we lekker uit tot zo’n uur of (half-)acht, dan gezond ontbijtje, en dan, ja, dan is het eigenlijk al veel te warm. Loom dat je daarvan wordt! Hebben al veel binnengezeten en heerlijke boeken gelezen onder den airco (Memoirs of a geisha: aanrader, en the N˚ one ladies detective agency serie, nu al vijf boekjes van: heerlijk). Maar goed, daarvoor vliegt ne mens niet naar de andere kant van de wereld, hé?
Meestal gaan we dan met airconditioned auto van airconditioned winkel naar airconditioned bar en zo verder. Op die manier hebben we een beetje rondgebeld/gereden op zoek naar nen auto, bank, internet- en telefoonabonnement, babyspullen, barbecue, fietsen, tennisclubs, duikclubs en vooral kinderopvang. Eén vrouw gevonden die een eind uit onze buurt woont maar gelukkig wel richting ziekenhuis, en die weekdagen en weekends en dag en nacht onthaalmoeder is, of toch ongeveer. Dus voor ons is dat natuurlijk perfect, alle onregelmatige uren in een klap gecoverd. Maar, nu blijkt haar vader (in Engeland) zwaar ziek en gaat ze er voor onbepaalde tijd heen, dus lap, we zitten zonder. Niet de enige tegenslag trouwens: Robert had bij vertrek een belachelijk grote som aan cash geld meegebracht in euro’s. Mag ik er even aan toevoegen dat ik dat toen een geweldig stoem idee vond, gezien de Aussies echt ook wel bankautomaten hebben, en cash geld alleen maar kan gepikt worden of verloren. Maar goed. Die centjes heeft hij dadelijk bij aankomst in Sydney veilig weggestoken in een schuif in het appartement, zo veilig zelfs, dat we toen we holderdebolder vertrokken, het veilig hebben laten liggen. De kuisvrouw of wie dan ook heeft daar de dag van haar leven beleefd, want natuurlijk was er geen spoor van te bekennen toen we er achteraf naar vroegen. En tot overmaat van ramp zijn we op een wandeling met Wouter in de buggy konijn kwijtgespeeld, waarschijnlijk in de kreek gevallen… Arme konijn, gelukkig hebben we een dubbelganger, maar toch, ’t doet zeer. Ik geloof dat wij in de loop van de tijd veel meer aan konijn zijn gehecht geraakt dan Wouter zelf…

De eerste zondag hier in Townsville hebben we de hitte getrotseerd en zijn naar het Billabong Sanctuary geweest, zo’n 20 km ten zuiden van Townsville. Daar hadden ze koala’s, croco’s, kangooroo’s, cassowaries, wombats, slangen en allerlei andere beesten.
Op bepaalde tijdstippen kon je het voederen zien van de dieren, en mocht je hier en daar eens een beest vasthouden. Voor op de foto natuurlijk. Beetje geforceerd, klein beetje maar. Op zo’n moment was het rijtje schuiven met alle kinderen uit de streek, maar goed, allebei grote kinderen zijnde schoven we lekker mee aan. En toen deden alle ouders van die kids ook gezellig mee. Na een hele rij kids was het aan mij om een babycrocodil vast te houden, die dit moment had afgewacht om te beginnen wriemelen, waarna hij de volledige inhoud van zijn cloaca ledigde op mijn handen en kleren. De volgende foto was Robert die breed grijnzend een breed grijnzende crocodil vasthoudt. Schoon.
De python van dienst was een beetje van een omhooggevallen worm, en we staan dan ook schaapachtig te lachen op de foto met dat beest rond onze nek.
De koala was “a bit moody”, zat niet graag stil in mijn armen en probeerde dus langs mijne decolleté omhoog te kruipen door zijn klauwen stevig in mijn vlees te haken voor houvast… Hmm. Trouwens best wel grote beesten, op de foto’s lijken ze allemaal zo snoezig…


Tussen al dit plezants door deden we vooral nog twee dingen: zweten en de muggen van ons en Wouter afslaan. Nog nooit zo’n collectieve aanval meegemaakt, en onze repellent lag natuurlijk thuis.
Kortom: een geweldige zondagnamiddaguitstap! Ach, beetje overdreven, was wel leuk. Als afsluiter zijn we ’s avonds dan maar een uur in het zwembad gaan liggen, en een glas gedronken op alle mozzies (lokaal koosnaampje voor de muggen) die we neergehaald hadden.


Intussen ook Wouter zijn eerste verjaardag gevierd, met zelfgemaakte
taartjes en een slagroomspuitbus, nadat we alles netjes met plastic hadden overdekt en Wouter alleen in zijne zwembroek was gehuld. O groot jolijt, vooral voor de snoet, het haar en de buik van ons vedet. De afterparty bestond uit een grote afspoelbeurt onder de douche, waarna we gingen plonzen in het zwembad! O groot jolijt! Veel foto’s voor de oma’s en opa’s genomen natuurlijk. Dan nog een avondwandeling langs The Strand en de dag was weer om.











The Strand is trouwens wel echt meer dan een promenade: er is een waterspeelplein (de max voor kids, geloof ons), een rockpool (groot zeewaterzwembad waar geen stingers in zitten, dus veilig zwemmen het hele jaar door), nog een ander zwembad, barbecue-sets (“op gas! de heidenen!” aldus Robert) en picnictafels, meerdere

terrasjes en restaurantjes, alles netjes en leuk aangelegd met groen en palmbomen ertussen. Echt wel gezellig. Na een uitputtende wandeling van tien (!) minuten in de zon, met de nodige sunscrean, hoed en zonnebril, kwamen we eindelijk bij zo’n terrasje aan. Groot was onze verrassing toen bleek dat ze daar geen ijs verkochten. Niks coupes dame blanche, maar ook niks frigo met cornettekes of magnums of zo. Nikske. “Ice-cream? Noy, sorry.” Ze hadden wel stella artois, onder de toch wel coole slogan: “when it pours, it reigns”. Maar het favoriete bier is hier nog altijd Heineken (“de heidenen!” aldus wij twee).
Straynge peyple, thoys Aussies.

Het taaltje begint langzamerhand te wennen, gewoon kwestie van enkele basisregels in acht te nemen.
Regel 1. Standaard groet: “Hey darl/mate, how’re ya goin? Great, thanks an’ yerself?”
Regel 2. Alle ow-klanken verander je in oy. Vb: “Oh no, I want to go home”, wordt: “Oy Noy, I wanneh goy hoym”.
Regel 3. Alle ei-klanken verander je in aay. Vb: “Great day, mate”, wordt: “Grayt day, mayt”.
Regel 4. Als je je hiermee niet verstaanbaar kunt maken, dan heb je vermoedelijk te doen met een duitse toerist. Gebarentaal of wegrennen zijn de te verkiezen opties.

We zijn gisteren (zondag) dan toch maar naar Magnetic Island getrokken, kwestie van de hitte opnieuw te slim af te willen zijn. En zowaar: het was matig bewolkt (een standaard prachtige hittegolfdag in België zeg maar), en vanaf we op de ferry zaten totdat we ’s avonds terug in den auto zaten: een heerlijk zeebriesje, die alles meer dan draaglijk maakte. Zalig gezwommen aan een baaitje zonder stinger-enclosure net (jaja, lefgozers) met Wouter in de branding, en ene keer aan een grote baai binnen de enclosure van de stingernetten. Overal op de stranden staan uitlegborden met welke kwallen wat voor (en hoe gevaarlijke) letsels kunnen veroorzaken en hoe te reageren als je gestingd bent.

Regel 1: er azijn opgooien zodat alle tentakels loslaten en geen gif meer kunnen in je huid injecteren. Oke, maar waar haal je dan dringend azijn? Ahaa, wel, op welvoorziene plaatsen op elk zwemstrand staat een bakje met daarin een grote fles azijn. Regel 2: als het een box-jellyfish was, is het potentieel dodelijk want hun gif legt je zenuwstelsel en dus uiteindelijk je ademhaling plat, dus zoek en vind zo snel mogelijk een ambulance naar het ziekenhuis voor antigif.

Tevens vind je op elk strand de waarschuwingsborden die je aanraden to slip, slop, slap en wrap. Slip on some sunprotective clothes, slop on your sunscreen, slap on a hat. Dit in het kader van hun (niet overbodige) campagne voor huidkankerpreventie.
Best apart ook, het straatbeeld hier: Her en der zie je mensen met plakkers op hunne kop, nek, armen, schouders, …en dan weet je: weer ene die naar de skincancer clinic is geweest en een biopsie heeft laten nemen… Huidkanker is hier de meest voorkomende kanker en de percentages ken ik niet van buiten maar zijn waanzinnig hoog.
Wrap staat dan weer voor wrap on your sunglasses. Die hebben hier trouwens ook EPF factoren (eye protection factor). “U koopt het best een bril met een EPF van minimum 10”.
Hmm.

En het moet gezegd: we hebben Wouter geslipslopslapt dat het geen lieve lust meer was, en onszelf daarbij een beetje verwaarloosd, en we waren allebei verbrand. En Wouter nog schetewit, dat zie je van ginder. Maar lekker gezwommen! En wallabies gekeken (soort kleine kangoeroe’s), met een kleintje in hun buidel. Mooi is dat. Die kwamen heel dichtbij en keken je (allebei) recht aan om dan (allebei) te gaan snuffelen naar lekkers op de grond. Moet ook wel: als je moeder zich bukt om te gaan snuffelen, hang je sowieso met je kop op de grond…




Zo, morgen doe ik een refresher course voor het duiken, en in de loop van de week erop waarschijnlijk een advanced course. Ben benieuwd en ook een beetje nerveus, want het is best wel lang geleden.
En dan spring ik ook eens binnen in mijn ziekenhuis, om eens te gaan zien hoe alles in zijn werk gaat en hoe mijn collega’s zijn. Ben ook wel benieuwd natuurlijk. Spannend!

En dat laten we weten in ons volgende verslag natuurlijk!

Intussen voor de lieve mensen die van plan waren op bezoek te komen rond de jaarwisseling (Tine, Katrien, Frieke): van harte welkom maar peins ne keer of je toch geen mogelijkheid ziet om vroeger of later op het jaar te komen want het is hier echt snikheet, geen weer om ne hiker door te jagen zeg maar. Je komt eigenlijk best voor half november of na half maart. Natuurlijk ga je niet de hele tijd in de tropics zitten, en Tasmanië en Sydney zijn vast aangenamer van temperatuur, maar kom achteraf niet klagen hé!

Veel liefs van ons drie aan iedereen back hoym!
Greet, Robert en Wouter

No comments:

Post a Comment

laat weten wat je vindt van deze blog en onze berichten! Het is ongetwijfeld voor verbetering vatbaar...